Opa´s Neus

Opa had een vrij normale neus, die af en toe flink gesnoten werd in een kloeke zakdoek. Als dat serieuze vormen aannam, dan moest de bril af. Want opa´s neus droeg altijd die gedistingeerde randloze bril met het goudkleurige montuur. Opa had al glazen met leesstukjes, wat voor die tijd vooruitstrevend was.

Omdat mijn moeder en ik na het overlijden van mijn vader bij Opa en Oma (haar ouders) gingen wonen, kon ik het dagelijks leven van Opa en Oma (voorzover niet ontregeld door onze aanwezigheid) lange tijd van dichtbij waarnemen, en zijn er dingen die me nog bijna dagelijks aan die tijd herinneren.
Later hoorde ik van neven en nichten, die wel eens op bezoek kwamen, dat ze Opa zo eng streng vonden. Dat verbaasde mij, want zo heb ik het niet ervaren. Wel streng als het nodig was, maar altijd rechtvaardig; dat is mijn beleving.

Opa was gepensioneerd Hoofd ener School Met Den Bijbel en nog steeds zeer ge´nteresseerd in het Onderwijs en de Anti-Revolutionaire politiek. Er kwamen mensen uit de actieve politiek over de vloer, waaronder (als mijn herinnering mij niet bedriegt), Hendrik Algra, wiens beeltenis en de parallelen met Opa´s leven de indruk versterken dat mijn herinnering correct is.

De dikke boeken, vaak met leren band, waarvan Opa een behoorlijke collectie had, stonden dan ook niet in de boekenkast te verstoffen, maar Opa pakte ze regelmatig om nog eens een passage uit of over Abraham Kuiper en andere coryfeeŰn na te lezen. Daarbij kwamen de leesstukjes in zijn bril goed van pas.
Voor veraf had Opa zijn bril echter méér nodig dan voor dichtbij, en dat verschijnsel werd met de jaren sterker, terwijl bij de meeste mensen de leesbril steeds belangrijker wordt. Opa leerde mij iets over de namen van de vogels, die in onze bosrijke omgeving in grote getale en variatie aanwezig waren. Heel soms mocht ik door de verrekijker kijken, maar dan kon ik de vogel in kwestie nooit terugvinden.
Opa kon ook heel mooi calligraferen. In menig trouwbijbel heeft hij in sierlijke letters de namen gezet, zoals een middeleeuwse monnik hem dat niet zou verbeteren. In zijn latere jaren deed hij daarbij zijn bril af. Ik zie hem nog zitten aan de huiskamertafel, want zijn majestueuze bureau stond in de kamer die mijn moeder was toegewezen als zit-slaapkamer. Het bureau was te groot voor een andere plaats in huis.

Ik denk dat ik, met inachtneming van het verschuldigde respect, mag zeggen dat Opa ook wel een beetje ijdel was. Op een mooie dag kwam ik de keuken binnenstormen, zo vanuit het rovertje spelen in het bos rondom onze straat. Opa zat op een stoel met een theedoek op schoot en een theedoek voor zijn borst, als een soort servet. Oma was net, heel voorzichtig, bezig met een gewone huis- tuin- en keukenschaar Opa´s neusharen tot normale proporties terug te brengen.
Door mijn entree werden ze bij deze activiteit gestoord, en ik denk dat Opa geschrokken was. Hij moet onmiddellijk de mogelijke opvoedkundige consequenties van de situatie hebben overzien: hij zei, op een heel strenge toon (dat ging hem, met zijn decennia-lange onderwijservaring, goed af): "Denk er om! Dat mag jÝj nóóit doen, hoor!!!".
Hij zei het zó streng, dat ik, nu ik zelf opa ben, telkens als ik mijn neusharen bijwerk, het gevoel heb dat ik eigenlijk iets doe wat niet mag. Maar ik weet tenminste van wie ik die aanleg tot struikgewas geërfd heb...

 
Eerder geplaatst 2 juli 2010 op mijn blog dwarsbongel.web-log.nl en op 19september 2010 op de site "Driemaaldrie", waar je "herinneringen, belevenissen, ervaringen" kon delen. Beide sites zijn opgeheven, maar ik heb de verhalen bewaard en evt. aangepast.

©Gauke Zijlstra (alias Dwarsbongel), 2010/2016